Hoeveel watt een radiator moet leveren, bepaal je op basis van de inhoud van de ruimte en de staat van de isolatie. Een radiator met te weinig vermogen krijgt de kamer op koude dagen niet warm, hoe hoog je de thermostaat ook zet. Een veel te zwaar exemplaar neemt onnodig wandruimte in en maakt de aanschaf duurder dan nodig.
De berekening is goed zelf te doen. Het afgegeven vermogen staat namelijk bij elk model vermeld, en bij een specialist als Radiator-outlet kun je dat vermogen per model direct naast de uitkomst van je eigen berekening leggen. Zo koop je op cijfers in plaats van op gevoel.
Zo bereken je de warmtebehoefte van een ruimte
Begin met de inhoud van de ruimte: lengte maal breedte maal hoogte, in kubieke meters. Een woonkamer van 30 m² met een plafond van 2,6 meter heeft dus een inhoud van 78 m³.
Die inhoud vermenigvuldig je met een vuistregel: een richtgetal in watt per kubieke meter. Hoeveel watt dat is, hangt vooral af van de isolatie: een goed geïsoleerde nieuwbouwwoning heeft per kubieke meter aanzienlijk minder vermogen nodig dan een ouder huis met enkel glas. Vuistregels lopen daarom flink uiteen, van enkele tientallen watt per kubieke meter bij goede isolatie tot ruwweg het dubbele of meer bij slechte isolatie.
Omdat die bandbreedte groot is, loont het om een rekentool te gebruiken of de berekening te laten controleren door een installateur. Die kijkt ook naar factoren die een vuistregel mist, zoals de ligging van de ruimte en het aantal buitenmuren.
Waar mensen zich misrekenen
De meeste fouten zitten niet in de rekensom zelf, maar in de aannames eromheen. Dit zijn de bekendste valkuilen:
- Alleen naar vierkante meters kijken. Een ruimte met een hoog plafond heeft meer inhoud en dus meer vermogen nodig dan de vloeroppervlakte doet vermoeden.
- Het vermogen van de oude radiator overnemen. Is de woning sinds de vorige radiator beter geïsoleerd, dan klopt dat oude vermogen niet meer en koop je te groot in.
- Grote raampartijen negeren. Glas laat meer warmte door dan een geïsoleerde muur, waardoor de werkelijke behoefte hoger uitvalt dan de vuistregel aangeeft.
- De isolatie te rooskleurig inschatten. Dubbel glas alleen maakt van een jarendertigwoning nog geen goed geïsoleerd huis.
Let op de aanvoertemperatuur bij een warmtepomp
Het vermogen op een productlabel geldt bij een bepaalde watertemperatuur. Verwarm je met een warmtepomp of een hybride installatie, dan is het water dat door de radiator stroomt een stuk minder heet dan bij een klassieke cv-ketel. Dezelfde radiator geeft dan merkbaar minder warmte af dan het label bij hoge temperatuur belooft.
Houd daar bij de keuze rekening mee. Je kunt een groter model nemen met meer afgifteoppervlak, of een radiator kiezen die speciaal voor lage temperaturen is ontworpen. Lagetemperatuurradiatoren met een stille ventilator brengen bijvoorbeeld ook bij lauw water voldoende warmte de ruimte in. Controleer in beide gevallen het opgegeven vermogen bij de aanvoertemperatuur die jouw installatie daadwerkelijk levert.
Van uitkomst naar de juiste radiator
Komt je berekening uit tussen twee beschikbare vermogens in, kies dan het hogere. Met een thermostaatknop regel je een iets te ruim bemeten radiator eenvoudig terug, terwijl een te krap exemplaar op de koudste dagen tekortschiet en de ruimte dan niet op temperatuur komt.
In een lange of onregelmatig gevormde ruimte is het verstandig het benodigde vermogen over twee radiatoren te verdelen. De warmte verspreidt zich dan gelijkmatiger en je voorkomt een koude hoek aan de andere kant van de kamer.
Twijfel je na de berekening nog, dan kun je een installateur een transmissieberekening laten maken: een nauwkeurige berekening van het warmteverlies per ruimte. Voor het aansluiten op de cv-installatie is een erkende installateur sowieso de aangewezen partij, zodat het systeem na de montage goed ingeregeld wordt en de nieuwe radiator levert wat je hebt uitgerekend.


