Wie in een bouwmarkt voor het schap met lampen staat, ziet vooral letters en getallen: E27, GU10, 2700 K, 806 lm, Ra 90, dimbaar of juist niet. Die codes zijn geen marketing, ze zeggen precies wat er past en wat voor licht eruit komt. Zodra je ze eenmaal kunt lezen, koop je nooit meer een lamp die niet in de fitting past of die je woonkamer de sfeer van een wachtruimte geeft.
Wij zien in de praktijk dat mensen veel geld uitgeven aan mooie armaturen en daarna de goedkoopste lamp erin draaien die toevallig past. Dat is zonde, want de lamp bepaalt hoe een ruimte voelt en het armatuur bepaalt alleen hoe hij eruitziet als het licht uit is. Hieronder staan de codes op een rij, daarna welke lichtkleur waar hoort, en tot slot de punten waarop een lamp alsnog tegenvalt.
De fittingen die je in een Nederlandse woning tegenkomt
De letter zegt iets over het type voet, het getal is bijna altijd een maat in millimeters. Bij een E-fitting is dat de diameter van de schroefdraad, bij een G-fitting de afstand tussen de pinnetjes. Meet je in twijfel gewoon even na, of neem de oude lamp mee naar de winkel.
| Code | Type | Maat | Waar je hem tegenkomt |
|---|---|---|---|
| E27 | Grote schroeffitting | 27 mm schroefdraad | Hanglampen, vloerlampen, plafonnieres, buitenlampen |
| E14 | Kleine schroeffitting | 14 mm schroefdraad | Kroonluchters, wandlampjes, afzuigkap, kleine tafellampen |
| GU10 | Draaifitting op netspanning | 10 mm tussen de pennen | Inbouwspots in plafond en keuken, opbouwspots |
| GU5.3 of MR16 | Steekfitting op laagspanning | 5,3 mm tussen de pennen | Oudere spots met een trafo, keukenkastverlichting |
| G9 | Kleine steekfitting op netspanning | 9 mm tussen de lussen | Design-armaturen, badkamerspiegels, kleine spots |
| G4 | Zeer kleine steekfitting | 4 mm tussen de pennen | Meubel- en keukenverlichting op 12 volt |
| E40 | Extra grote schroeffitting | 40 mm schroefdraad | Bedrijfshallen, buitenverlichting op hoogte |
De valkuil zit bij GU10 en GU5.3, want die lijken op elkaar. GU10 werkt rechtstreeks op 230 volt en heeft dikkere pennetjes met een verdikking aan het uiteinde, waardoor je hem een kwartslag moet draaien. GU5.3 heeft twee dunne rechte pennetjes en werkt op 12 volt via een transformator. Zet je een ledlamp in een oude 12 volt-installatie, dan kan de bestaande trafo te weinig vermogen zien om aan te slaan en gaat het licht flikkeren. Dat is geen kapotte lamp, dat is een trafo die niet bij led hoort. In zo’n geval vervang je de driver, of je stapt in één keer over op GU10-armaturen.
Hoeveel licht je nodig hebt, en in welke kleur
Watt zegt sinds de gloeilamp verdween niets meer over de hoeveelheid licht, alleen nog over het verbruik. De hoeveelheid licht staat in lumen. Wie nog denkt in oude gloeilampen, heeft aan deze omrekening genoeg.
| Oude gloeilamp | Ongeveer in lumen | Ledlamp verbruikt ongeveer |
|---|---|---|
| 25 watt | 220 lm | 2 tot 3 watt |
| 40 watt | 470 lm | 4 tot 5 watt |
| 60 watt | 806 lm | 7 tot 9 watt |
| 75 watt | 1055 lm | 9 tot 12 watt |
| 100 watt | 1521 lm | 13 tot 16 watt |
De kleur van het licht staat in kelvin. Hoe lager het getal, hoe geler en warmer het licht, hoe hoger, hoe blauwer en zakelijker. Dit is het punt waarop een verder prima verbouwde woning alsnog ongezellig aanvoelt: één ruimte met licht van 4000 K tussen kamers van 2700 K valt onmiddellijk op.
| Ruimte | Kleurtemperatuur | Waarom |
|---|---|---|
| Woonkamer, zithoek | 2200 tot 2700 K | Warm en geel, hoe lager hoe meer het op kaarslicht lijkt |
| Eettafel | 2700 K | Warm licht laat eten en huid er goed uitzien |
| Slaapkamer | 2200 tot 2700 K | Weinig blauw licht in de avond, rustiger om naar te kijken |
| Keuken, werkblad | 3000 tot 4000 K | Neutraler licht waarin je kleurverschil in voedsel ziet |
| Badkamer bij de spiegel | 3000 tot 4000 K | Eerlijk licht om je in te scheren of op te maken |
| Thuiswerkplek | 4000 K | Helder en wakker, maar niet blauw |
| Garage, berging, zolder | 4000 tot 5000 K | Functioneel, je wil er zien en geen sfeer |
Onze stelling: koop in een woonruimte nooit iets boven 3000 K, hoe helder het in de winkel ook lijkt. In een felverlichte bouwmarkt oogt warm licht sloom, thuis is het precies andersom. En blijf binnen één ruimte bij één kleurtemperatuur, ook als de lampen van verschillende merken komen, want juist het verschil valt op en niet de waarde zelf.
De vier dingen waarop een lamp alsnog tegenvalt
De eerste is de kleurweergave, afgekort als Ra of CRI. Dat cijfer loopt tot 100 en zegt hoe natuurlijk kleuren eruitzien onder die lamp. Onder een lamp met Ra 80 ziet een houten vloer er doffer uit en lijkt vlees in de keuken grauw. Boven een eettafel, in een kledingkast en in de badkamer is Ra 90 of hoger het geld waard, in een berging maakt het niets uit.
De tweede is dimbaarheid. Een ledlamp is alleen dimbaar als dat op de verpakking staat, en dan nog moet de dimmer geschikt zijn voor led. Oude dimmers zijn gemaakt voor het veel hogere vermogen van gloeilampen en gaan bij een enkele ledlamp brommen, flikkeren of helemaal niet aan. Een ledgeschikte dimmer vervangen is voor een handige bewoner een klus van een kwartier, maar laat het doen als je niet zeker weet of de groep spanningsloos is.
De derde is vocht. In de badkamer geldt een indeling in zones rond het bad en de douche, met per zone een minimale beschermingsklasse. Een armatuur vlak bij de douche heeft minimaal IP65 nodig, iets verder weg volstaat vaak IP44. Die aanduiding staat op het armatuur, niet op de lamp. Wie de badkamer verbouwt, doet er goed aan die keuze vroeg te maken, want de bedrading zit erna achter het tegelwerk. Bij een grotere ingreep helpt het om eerst een verlichtingsplan te maken voordat de elektricien begint.
De vierde is de opstarttijd en het knipperen. Goedkope lampen hebben soms een merkbare vertraging voordat ze aangaan, of ze geven een lichte flikkering die je niet bewust ziet maar waar je wel moe van wordt. In een ruimte waar je uren zit, is dat de investering waard. Wil je precies weten wat de verschillende aanduidingen op de verpakking betekenen en wat een lamp echt aan energie kost, dan zet Milieu Centraal het onafhankelijk op een rij.
Van losse lampen naar een verlicht huis
Een lamp kiezen is één ding, maar een ruimte wordt pas prettig als er meerdere lichtbronnen op verschillende hoogtes staan. Eén plafondlamp midden in de kamer maakt de hoeken donker en de gezichten hard. Drie of vier kleinere bronnen, bijvoorbeeld een hanglamp boven tafel, een vloerlamp bij de bank en een tafellampje op een kast, geven dezelfde hoeveelheid licht maar een heel ander gevoel. Zet ze bovendien op aparte schakelaars of stekkers, zodat je overdag en ’s avonds een andere combinatie kunt gebruiken.
Dat is ook waar slimme verlichting zijn nut bewijst, mits je het simpel houdt. Een systeem waarmee je met één druk van felle keukenverlichting naar zachte avondverlichting gaat, wordt gebruikt. Een systeem waarvoor je eerst een app moet openen en drie menu’s in moet, staat na een maand permanent op honderd procent. Hoe je zoiets opbouwt zonder dat het een technisch project wordt, staat beschreven in dit stuk over sfeer thuis met slimme verlichting en domotica.
En hoe goed je lampenplan ook is, kunstlicht blijft een aanvulling. Een woning waar overdag genoeg daglicht binnenkomt heeft ’s avonds veel minder nodig om aangenaam te zijn, en dat scheelt bovendien in het verbruik. Wie merkt dat de lampen ook op een zonnige middag aan moeten, kan beter eerst kijken naar hoe je meer daglicht in huis krijgt dan naar een sterkere lamp. Licht bijkopen lost zelden op wat een raam, een lichtere wandkleur of een spiegel op de juiste plek wel doet.
Kortom: noteer voor je naar de winkel gaat de fitting, het aantal lumen dat je wil en de kleurtemperatuur van de ruimte. Met die drie gegevens duurt het kiezen nog twee minuten, en heb je thuis geen doos met lampen die net niet passen.


